Wanneer Trump’s plans naar het Nederlands vertaald worden, verdwijnt de apostrof voor de bezits-s. Dat is de meeste mensen die actief zijn in het redactievak wel bekend. Op die plek heeft de apostrof volgens de Nederlandse spel(lings)regels niets te zoeken, omdat er zonder de apostrof geen uitspraak- of betekenisverwarring is. Waarom staat-ie er dan zo vaak wel?

Engels de boosdoener?
Dat ik de laatste tijd steeds vaker onterecht geplaatste apostroffen tegengekomen ben bij bezits-s’en, weet ik aan het Engels. Oftewel: ik dacht dat het feit dat Nederlanders steeds meer Engelse teksten schrijven en onder ogen krijgen, de reden was dat mensen gewend zijn geraakt aan het beeld van die apostrof voor de s en deze daarom ook in het Nederlands steeds vaker plaatsen.
Maar dan zie ik bij iemand een paar oude blikjes staan, met een apostrof voor de bezits-s. Deze blikjes stammen al van ver voor de tijd dat het Engels een steeds grotere plek heeft gekregen in onze taal. Hoe zit dat?
Deskundige inbreng
Ik besluit het genootschap Onze Taal te bellen en krijg Rutger Kiezebrink aan de lijn. Hij vertelt me dat zo’n extra, overbodige apostrof inderdaad al lang voorkomt in het Nederlands, zeker bij merkname
n, om de eigennaam beter herkenbaar te houden. Maar ook bij niet-merknamen komt de apostrof al heel lang voor.
Rutger vertelt me dat de bezits-s in de vijftiende of zestiende eeuw is ontstaan uit de oude tweedenaamvalsvorm. Denk bijvoorbeeld aan ‘het huis mijns Vaders’, of ‘het huis Jans’.Maar pas in 1954 is de regel ingevoerd dat de apostrof alleen bij uitspraakproblemen gebruikt mag worden. Dat was eigenlijk te laat, want men was in die tijd al heel erg gewend aan het woordbeeld met de apostrof erbij. In het veelgelezen boek Jan, Jannetje en hun jongste kind, van Potgieter, gaat het bijvoorbeeld over Jan’s persoon, Jan’s lippen en Jan’s familie, hoor ik van Kiezebrink.
Duik in Delpher
Ik besluit op zoek te gaan in Delpher, de online schatkist van de Koninklijke Bibliotheek. In een Courant uit 1900 stuit ik direct op een overbodige ‘bezitsapostrof’: ‘Oom Jan’s oudste zoon draagt naast zijn patronenbandelier een patroontasch van een Engelsch officier.’ Omdat al snel blijkt dat ik me door een oerwoud van Sint-Jan’s-Kathedralen, -Baselieken en -ziekenhuizen heen moet werken, besluit ik mijn toevlucht te nemen tot een andere veelvoorkomende naam: Piet. (Met die keuze ben ik nog niet van de Sinten af, realiseer ik me even later, maar dat is wel leuk, in deze tijd van het jaar.)
Historisch overzicht
De tijd ontbreekt me voor een grondig wetenschappelijk verantwoord onderzoek, maar ik ontdek wel dat aan het begin van de twintigste eeuw in krantenartikelen ongeveer even vaak geschreven wordt over Piets als over Piet’s. Ik lees over Piets zuster, booze gezicht en vertrek, maar ook over Piet’s eerste sigaar, trekkerslust en vlegeljaren.
Verschillende keren kom ik beide vormen in hetzelfde artikel tegen. Waren er voordat de spelling- en grammaticaregels werden vastgelegd ook nog geen correctoren, misschien?

Deze eeuw
Ook na de invoering van de officiële regels, in 1954, wordt in krantenartikelen de overbodige bezitsapostrof nog veel geplaatst. In de jaren vijftig, zestig en zeventig kom ik meer Piets tegen, maar ook heel veel Piet’s. Piets grootje, verklaring en linkeronderbeen, maar ook Piet’s strafwerktuig, clubtrouw en zelfbewuste lift-aankondiging.
En dan kom ik bij de jaren tachtig en negentig. Daar zijn de overbodige bezitsapostroffen echt uitzonderingen. En als ik digitaal naar het begin van deze eeuw blader, blijkt Piet’s weerbericht de enige spelbreker te zijn. Maar eigenlijk telt die niet mee, want je zou Piet in Piet’s weerbericht als merknaam kunnen beschouwen en merknamen vormen sowieso een uitzondering. Sinds het begin van deze eeuw zijn de overbodige bezitsapostroffen in krantenartikelen nagenoeg verdwenen. De regels zijn blijkbaar uiteindelijk doorgedrongen.
Wat nu?
Welke conclusies kan ik trekken?
1) De overbodige bezits-s werd in krantenartikelen in de vorige eeuw veel váker gebruikt dan nu.
2) We kunnen de invloed van het Engels niet de schuld geven van het tegenwoordige gebruik van de overbodige bezitsapostrof in het Nederlands.
Wat betreft de ontwikkeling van het gebruik van de overbodige bezitsapostroffen búíten officiële en
verzorgde uitingen ben ik nog niet veel wijzer geworden, maar mijn kleine onderzoek heeft me wel geholpen wat verdraagzamer te zijn als ik hoge komma’s tegenkom op plekken waar ze niet horen. En in mijn werk houd ik me gewoon aan de regels (zie hier).
